Werkbezoek Stichting Zilte Zones aan Zeeland

Werkbezoek Stichting Zilte Zones aan Zeeland

Recent bracht een delegatie van Stichting Zilte Zones een werkbezoek aan Zeeland, bakermat van de mariene aquacultuur in Nederland. De stichting, die onafhankelijk opereert, maakt zich hard voor het ontwikkelen van mariene aquacultuur in Noord-Nederland. Het bestuur heeft de ambitie om hét kenniscentrum voor de mariene aquacultuur te worden voor de provincies Noord-Holland, Friesland en Groningen. Op Texel exploiteert de stichting een onderzoekslocatie in Polder Wassenaar, waar pilotprojecten en proeven worden gedaan met mariene aquacultuur. De aandacht gaat hierin vooralsnog vooral uit naar kokkels, zeewier, garnalen en kringloopteelten. Momenteel staat aquacultuur in het noorden van Nederland nog in de kinderschoenen.

Onderzoek beperkt zich voornamelijk tot de pilotprojecten in Polder Wassenaar. Zeeland daarentegen, kan bogen op een brede ervaring met aquacultuur. Al tientallen jaren zijn ondernemers succesvol met de kweek van vis, oesters en mosselen. Via Jaap Broodman, lid van de raad van advies van Stichting Zilte Zones en belangrijke motor achter de aquacultuur in Zeeland, werden contacten gelegd die kunnen bijdragen aan het streven om de ontwikkelingen in Noord-Nederland naar een hoger niveau te brengen. In een strak georganiseerd programma werden diverse bedrijven en organisaties bezocht. Belangrijkste doel van het bezoek was het opdoen van kennis en inspiratie, het leggen en verstevigen van contacten met ondernemers uit de sector en het onderzoeken van samenwerkingsmogelijkheden.

Zeeschelp en Aquavalley

Zeeschelp-directeur en onderzoeker Marco Dubbeldam geeft uitleg over een kweek.

In zeeland werd o.a. het onderzoekscentrum van Stichting Zeeschelp bezocht. Sinds 2004 wordt hier, onder leiding van directeur Marco Dubbeldam, onderzoek gedaan naar o.m. kweek van zeewier, schelp- en schaaldieren, platvis en algen. Vooral de algen nemen een belangrijke plek in het onderzoeksstation in. Iedere kweek begint bij de voeding en meestal dus bij algen. Onder zo gunstig mogelijke condities worden hier verschillende soorten gekweekt. Zeeschelp, dat aan de basis staat van mariene aquacultuur in Zeeland, werkt vooral in opdracht van ondernemers. Daarnaast wordt regelmatig samengewerkt met Wageningen University & Research, NIOZ en Hogeschool Zeeland. Interessant voor de ontwikkelingen in Noord-Nederland is ook het Zeeuwse project Aqua Valley, waarin een aantal voorlopers uit de aquacultuur de krachten bundelde om kennis van technologie, biologie/ecologie en marktontwikkeling samen te brengen. ‘Die kennisdeling is ook voor ons bijzonder interessant. Als stichting willen wij graag partijen samenbrengen die in alle openheid hun kennisdelen om zo de aquacultuur in deze regio naar een hoger niveau te brengen’, aldus Bob Verburgh, voorzitter van Stichting Zilte Zones.

Waterdunen

Oesterputten van de Oesterij in Yerseke.

Een ander interessant bedrijfsbezoek was aan de Oesterij, het bedrijf van de familie Dhooge dat sinds 1906 gespecialiseerd is in de kweek van schaal- en schelpdieren. Zij investeren in nieuwe, minder arbeidsintensieve kweekmethodes en combineren deze bedrijfstak met horeca, waarin de oesters gepromoot worden. Dit heeft o.a. geleid tot een toenemende belangstelling voor het ambachtelijke teeltproces in het algemeen en de oester als delicatesse in het bijzonder. De ondernemers zijn in het getijdegebied Waterdunen, waarin kustversterking is gecombineerd met recreatie en natuurontwikkeling, een kweekproces met oesters gestart. Via een getijdenduiker stroomt het zeewater de kreken van het gebied in waar de oesters worden geteeld. Hier wordt ook geëxperimenteerd met nieuwe methodes, die schade door o.a. de oesterboorder (Japanse stekelhoorn of zeeslak) moeten tegengaan. Dit slakje boort een gaatje in de schelp van een (jonge) oester en spuit er een zuur in, waardoor de sluitspier van de oester verslapt en deze opengaat. De slak eet vervolgens de oester op. Oesters die op de bodem liggen, worden hier massaal door getroffen. In het experiment wordt gebruik gemaakt van hangende oestermandjes.

Seafarm en Dutch Seaweed

Zeewier wordt in steeds meer producten verwerkt.

In de viskwekerij Seafarm maakte de delegatie kennis met de grootschalige kweek van tarbot en de andere tak van dit bedrijf, de opslag en zuivering van oester met zilt bronwater. Ook hier werden interessante learnings opgedaan voor wat betreft de (on)mogelijkheden voor de noordelijke provincies. Bij de Dutch Seaweed Group bleek hoe interessant zeewier is en wereldwijd steeds meer wordt. Er zijn zo’n vijfhonderd eetbare varianten en in steeds meer producten wordt zeewier verwerkt. Voor grootschalige productie is echter wel een flink areaal op zee nodig of een locatie waarbij verversing van zeewater goed mogelijk is.

Samenwerking

Het werkbezoek is een eerste aanzet tot meer samenwerking tussen de Zeeuwse bedrijven en de organisaties die zich in de noordelijke provincies bezighouden met mariene aquacultuur. Verder wordt ook gekeken naar mogelijkheden om (meer) scholingsprogramma’s rond deze bedrijfstak te kunnen ontwikkelen, onder meer in samenwerking met kennisinstituten en hogescholen.

Losgeraakte zuigerleiding Polder Wassenaar door duikteam hersteld

Losgeraakte zuigerleiding Polder Wassenaar door duikteam hersteld

De losgeraakte leiding waarmee zeewater wordt aangevoerd voor de raceways het buitenlab van Polder Wassenaar is hersteld. Hiervoor was de inzet van een kraanschip en een gespecialiseerd duikteam noodzakelijk. Met de tijdsdruk van slecht weer op komst, lukte het de aannemer om de klus in twee dagen te klaren. Dinsdagavond lag de forse buis weer op z’n plek.

Bij Stichting Zilte Zones rinkelden in de tweede week van december alle alarmbellen: de toevoerleiding die voor de kust van Polder Wassenaar ligt, was door slijtage losgeraakt en boven komen drijven. Via deze buis wordt zeewater aangevoerd naar de hevel die het waterniveau in de raceways regelt. Reparatie was geen eenvoudig klusje en vergde de inzet van een kraanschip en in leidingwerk gespecialiseerde duikers. Gezien de weersverwachting (storm op komst) was het zaak om het herstel zo snel mogelijk uit te voeren. Om te voorkomen dat de leiding te veel van links naar rechts zou kunnen uitzwaaien, werd vorige week een tijdelijke verankering aangebracht op het strand. Maandag arriveerde het kraanschip en konden de duikers aan de slag.

Donker

Eerst werd extra gewicht aan de leiding bevestigd om ervoor te zorgen dat die naar de bodem zou zinken, zodat de duikers de buis met nieuwe kettingen aan de ankerstenen konden bevestigen. De werkzaamheden onderwater moesten vooral op de tast worden uitgevoerd: het zicht was slechts zo’n vijf centimeter. Desondanks slaagden de duikers goed in hun missie. Dinsdag werd het werk afgerond en werd de leiding weer op de juiste hoogte gebracht, ongeveer halverwege de bodem en het wateroppervlak. Via een pig-reiniging, waarbij een soort reinigingsspons met hoge druk door de buis wordt geschoten, werd gecontroleerd of de leiding zelf geen schade had opgelopen. Dat bleek niet het geval. Nu de zeewatertoevoer is hersteld, kan het onderzoeksteam van Wageningen Marine Research begin volgend jaar starten met de volgende onderzoeksfase in Polder Wassenaar.

Onderzoeksresultaten fase 2 bieden potentie voor vervolgonderzoek

Onderzoeksresultaten fase 2 bieden potentie voor vervolgonderzoek

De resultaten van het tweede onderzoekjaar in Polder Wassenaar naar de mogelijkheden voor geïntegreerde aquacultuur met kokkels, zeewier en garnalen bieden potentie voor vervolgonderzoek. Dat is de conclusie van hoofdonderzoeker Reinier Nauta van het onderzoeksteam van Wageningen Marine Research, na een analyse van de onderzoekdata. Het 3-jarige onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met partners uit het bedrijfsleven en Stichting Zilte Zones, exploitant van het veldlaboratorium in Polder Wassenaar, in het noorden van Texel.

In 2022 ging het onderzoek, dat uniek is voor Nederland, van start. De onderzoeksvraag: Wat is de potentie van de combinatieteelt van gebiedseigen soorten rond de Waddenzee in een tussendijks kustaquacultuur-systeem? En hoe kan dit geoptimaliseerd worden? Daarbij is onderzocht wat de invloed van debiet (stroomsnelheid van het inkomende water, uitgedrukt in kubieke meters per getij) op de ontwikkeling van de kweekcomponenten (kokkels, zeewier en garnalen) was. Naast het monitoren van de kweekcomponenten, zijn er ook voortdurend achtergrondmetingen uitgevoerd naar water- en bodemtemperatuur, lichtdoorlatendheid, fytoplankton (chlorofyl) concentratie en nutriëntenlevels.

Veel aandacht gedurende dit onderzoekjaar is gegaan naar de opschaling van kokkelkweek in Polder Wassenaar, gezien de aanzienlijke markt en beschikbare gegevens uit eerdere studies. Het overgrote deel van de in april uitgezette kokkels werd afgelopen oktober uit de waterlopen geharkt om de overleving van de kokkels in het systeem te bepalen. In de weken ervoor was het zeewier al uit de raceways gehaald en de garnalen-monitoring afgerond.
De kokkels waren gegroeid en in gewicht toegenomen, maar het totale gewicht van alle kokkels in een raceway bleek, in vergelijking met het uitgangsmateriaal, wat teruggelopen. Dat hangt samen met de overleving die aan de lage kant is ten opzichte van eerdere experimenten in de regio, zo constateerden de onderzoekers. De schelplengte was toegenomen. De grootste toename vond in april en mei plaats. De gemeten waarden zijn vergelijkbaar met een eerder experiment in Polder Wassenaar en met natuurlijke kokkels op de Vlakte van Kerken.
Uit de meetresultaten bleek de toename van de schelplengte wat hoger te liggen in de hogere debiet raceways en lijkt de positie in de waterbak ook invloed te hebben: kokkels in het voorste deel van de raceway waren vaak groter.

De belangstelling voor kokkels neemt toe.

Waarde kokkels toegenomen
Met uitzondering van de eerste raceway, waarin de overleving van de kokkels  aanzienlijk achterbleef ten opzichte van de overige waterlopen, nam de waarde van de kokkels als gevolg van de groei toe. Vertaald naar een reële marktwaarde zou er met deze kokkels geld verdiend kunnen worden.

Gracilaria
Het uitgezette knoopwier maakte vooral in het voorjaar, in mei en begin juni, een goede groei door. De gracilaria groeide beter bij een hoge doorstroming dan bij een lage. En ook bij het zeewier bleek de positie in de raceway belangrijk: het groeide (iets) beter aan het begin van de raceway. Op basis van de meetgegevens constateerde het onderzoeksteam dat het na juni weinig zinvol is om nog wier in de raceways te hebben, omdat het dan niet meer groeit maar juist afsterft.

Zorgenkindje
Binnen de pilot vormen de garnalen het zorgenkindje. Al voor de start bleek het lastig om aan goed uitgangsmateriaal te komen. De gevangen ondermaatse garnalen werden kort na de vangst overgebracht naar de raceways, maar al snel bleek dat een substantieel deel van de 46 kilo uitgezette garnalen de transfer niet had overleefd of niet meer was terug te vinden. Ook zijn de onderzoekers er niet zeker van of de garnalen migreren tussen de waterlopen of dat er met de inlaat van zout water door de hevel ook gemakkelijk nieuwe larven/garnalen mee naar binnenstromen en er ook weer garnalen kunnen uitstromen. Uit de metingen bleek de stroomsnelheid geen verschil te maken voor de groei van de garnalen. Het hardst groeiden ze in de periode tot en met augustus. De groei werd bepaald door het meten van de carapax, het rugschild van de garnalen.

Onderzoeksvragen voor 2024
De resultaten van het afgelopen jaar zijn gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksvragen in 2024. De overkoepelende vraag wordt: Wat zijn de mogelijkheden voor geïntegreerde aquacultuur in Nederland, getest in het veldlaboratorium Polder Wassenaar? En wat is daarbij de potentiële economische en duurzame meerwaarde van geïntegreerde aquacultuur met kokkels, zeewier en garnalen ten opzichte van een monocultuur met kokkels?

Het zwaartepunt van het onderzoek zal ook in de komende periode liggen op de kokkels. Er wordt ingezoomd op de effecten die geïntegreerde aquacultuur heeft op de groei en overleving van de kokkels ten opzichte van monocultuur, waarin uitsluitend kokkels geteeld worden, en wat de verschillen zijn met betrekking tot de onderhoudsinspanning. Ook zal worden bekeken of het tijdstip van uitzetten (winter ten opzichte van voorjaar) verschil maakt voor de overleving en groei van de kokkels in de raceways. Daarnaast wordt er onderzoek uitgevoerd naar het eindproduct van de gekweekte gracilaria, AGAR (o.a. gebruikt als voedingsbodem, bindmiddel en gelei). Doel hierbij is om extractiemethodes te ontwikkelen en de AGAR-opbrengst te bepalen van de gekweekte gracilaria.

Bij het zeewier gaat de aandacht onder meer uit naar de kweekmethode, hoeveelheden startmateriaal en de invloed van tussentijds oogsten op de productie. In het afgelopen onderzoek werd gracilaria gekweekt in  manden, maar mogelijk kan de productie verbeteren door te kiezen voor de kweek via lijnen in het water. Voor de garnalen richten de onderzoekers zich allereerst op de vraag of het mogelijk is om juveniele grijze garnalen uit de Waddenzee te gebruiken voor de opkweek in Polder Wassenaar, hoe vitaal ze dan zijn en wat hun overlevingskans in Polder Wassenaar is. Ook zal worden onderzocht of het mogelijk is de garnalen op te kweken tot de gewenste ‘premium grootte’ van 7 centimeter. Om er zeker van te zijn dat de garnalen niet van de ene naar de andere raceway migreren, worden er aanpassingen gedaan aan de raceways om dit te voorkomen.

In 2025 verdwijnt het onderzoekslab van Stichting Zilte Zones in Polder Wassenaar en moet een nieuwe locatie worden gevonden.

Zoektocht nieuwe locatie
Zoals hoofdonderzoeker Nauta al aangaf, laten de onderzoeksresultaten potentie zien voor een succesvolle commerciële kweek van met name kokkels, maar is meer onderzoek nodig. Na 2024 verdwijnt het buitenlab: Polder Wassenaar wordt teruggegeven aan de natuur. Eigenaar Staatsbosbeheer gaat het gebied herinrichten en er een kweldergebied van maken waar wind en stroming vrij spel hebben. ‘Dat betekent dat de locatie in 2025 en verder niet meer beschikbaar is voor onderzoek naar aquacultuur, maar we willen als consortium wel graag verder. Gezamenlijk zijn we nu hard op zoek naar alternatieve locaties waar we ons werk kunnen voortzetten.’ Bob Verburg, voorzitter van Stichting Zilte Zones die de huidige onderzoekslocatie exploiteert en het onderzoek faciliteert, beaamt dat. ‘Onze stichting werkt er hard aan om hét kenniscentrum voor de mariene aquacultuur in Noord-Nederland te worden. Daarvoor is een fysieke onderzoekslocatie onmisbaar.’ Volgens Verburg worden momenteel de mogelijkheden in de provincies Noord-Holland, Friesland en Groningen onderzocht.

 

 

Onderzoeksresultaten in november verwacht

Onderzoeksresultaten in november verwacht

Het Noord-Hollands Dagblad besteedt in de editie van 26 oktober aandacht aan het lopende onderzoek in Polder Wassenaar. Onlangs werden de uitgezette kokkels opgevist, gemeten en gewogen. Op het eerste gezicht lijken de kokkels goed te zijn gegroeid, minstens vergelijkbaar met in het wild. Of dat werkelijk zo is, zal blijken uit de analyse van de metingen. In de waterlopen van het buitenlaboratorium in het noorden van Texel werden ook knoopwier en garnalen uitgezet. Nu de tweede fase van het onderzoek is afgerond, wordt alle data verwerkt en geanalyseerd. Op grond van de resultaten wordt de opzet van de derde en laatste fase van het onderzoek bepaald. Naast kokkels worden ook weer knoopwier en garnalen in de raceways uitgezet.Het onderzoek is bedoeld om de condities te kunnen bepalen waaronder mariene aquacultuur op commerciële basis zou kunnen plaatsvinden in verzilte gebieden.

Lees hier het artikel in het Noord-Hollands Dagblad: 20231026-REGIO-HEL-HEL005—Hdc-1-194518

 

Raceways Polder Wassenaar leeg geharkt, kokkels gemeten en gewogen

Raceways Polder Wassenaar leeg geharkt, kokkels gemeten en gewogen

Afgelopen vrijdag werden de kokkels, die in april in de raceways van buitenlaboratorium Polder Wassenaar zijn uitgezet voor onderzoek er weer uit geharkt. Met een team van zo’n acht mensen werd de meer dan 1100 kilo kokkels bij elkaar geharkt en volgens een vaste methodiek gewogen en gemeten. De komende tijd wordt alle data van het afgelopen half jaar verwerkt, maar op het eerste oog lijkt de groei van de kokkels in de raceways goed en misschien zelfs beter in vergelijking met die in het wild op het wad bij Texel.

In fase 2 van het kringlooponderzoek naar de potentie en mogelijke/noodzakelijke optimalisaties van combinatieteelt van gebiedseigen soorten rond de Waddenzee in een tussendijks kust-aquacultuursysteem werden afgelopen voorjaar knoopwier, garnalen en kokkels uitgezet in de acht diepere waterlopen van het buitenlaboratorium van Polder Wassenaar. In het onderzoeksteam, dat wordt geleid door hoofdonderzoeker Reinier Nauta van Wageningen Marine Research, werken wetenschappers en ondernemers samen. Ze hopen een blauwdruk te kunnen ontwikkelen voor de commerciële teelt van zilte gewassen en schelpdieren in tussendijkse gebieden of verzilte gronden.

Grote kokkeldichtheid
De acht diepste raceways werden in april gevuld met zo’n 300 kokkels per vierkante meter. Per twee raceways werd gevarieerd met de doorstroomsnelheid van het water, zodat nauwkeurig kan worden vastgesteld bij welke stroming de ontwikkeling het meest optimaal is. Nadat eerder al het zeewier uit de raceways was verwijderd en ook de garnalen er grotendeels waren uitgevist, waren nu de kokkels aan de beurt. In de afgelopen periode tot en met september werden de schelpen driewekelijks gesampled en werden schelplengte en vleesgewicht opgemeten. Om de overleving te kunnen bepalen, was het noodzakelijk dat de bassins volledig van kokkels werden ontdaan.

Uit elke emmer opgeharkte kokkels werd secuur het wier en andere schelpen verwijderd.

Bepalen gewicht en aantal
Elke raceway werd ingedeeld in drie zones en steeds werd er een zone uit geharkt. De inhoud werd verzameld in een bak, waarna het gewicht van de inhoud werd bepaald door het materiaal in emmers te doen en die te wegen. Per verzamelbak werd van drie emmers bepaald was het totale gewicht was, het aantal levende kokkels, het gewicht van de levende kokkels, het gewicht van alle dode kokkelschelpen en het gewicht van het overige materiaal. Al die informatie wordt in de komende maanden geanalyseerd. Met die uitkomsten wordt de insteek van het vervolgonderzoek bepaald. ‘Veel resultaten zijn er al. Die brengen we samen met deze nieuwe cijfers. Die vormen de basis voor de uitgangspunten van het onderzoek in 2024’, aldus onderzoeker Enzo Kingma van WMR.

Kokkelvisser en -kenner Andre Seinen, partner in het onderzoeksconsortium, inspecteert enkele opgeharkte kokkels.

Goede groei
De data moeten nog geanalyseerd worden, maar kokkelvisser en consortiumlid André Seinen van Meromar, toonde zich vrijdag al positief bij het zien van de kokkels. ‘Op het eerste oog hebben ze een goede groei doorgemaakt. Ze lijken mij qua schelpgrootte op z’n minst vergelijkbaar met de wilde kokkels op het Wad bij Texel, op de Vlakte van Kerken. Ik denk zelf dat ze beter zijn gegroeid dan op het wad.’ Binnenkort worden de uitkomsten met alle projectpartners besproken. In de loop van dit jaar presenteren de onderzoekers een tussentijds verslag. Het onderzoek loopt door tot 2025.